Individualiteit of Eenheid: een keuze die we liever vermijden
Eén van de meest geliefde overtuigingen binnen moderne spiritualiteit is dat we tegelijkertijd unieke individuen én één met alles zijn. We zouden een persoonlijke identiteit bezitten en tegelijk deel uitmaken van een universele Eenheid.
Dit klinkt aantrekkelijk. Het geeft ruimte aan persoonlijke groei zonder de troost van de verbondenheid op te geven.
Maar wat als deze twee ideeën elkaar uitsluiten? Wat als individualiteit en Eenheid niet naast elkaar kunnen bestaan?
Het individu bestaat dankzij afscheiding.
Individualiteit betekent dat er een afzonderlijk zelf bestaat. Een "ik" met een eigen geschiedenis, karakter, verlangens, voorkeuren en keuzes.
Het individu kent zichzelf doordat het zich onderscheidt van wat het niet is. Er is een grens tussen jou en mij. Tussen mijn gedachten en die van een ander. Tussen mijn lichaam en de wereld.
Zonder onderscheid is er geen individualiteit mogelijk. Het individu bestaat juist dankzij verschil en afscheiding. Dat betekent niet dat het individu geïsoleerd hoeft te zijn. We kunnen ons verbonden voelen met anderen, met de natuur of met het leven als geheel. Maar verbondenheid is niet hetzelfde als Eenheid. Verbondenheid veronderstelt immers nog steeds twee entiteiten die verbonden zijn. Eenheid laat die dualiteit niet bestaan.
Wat non-dualisme werkelijk beweert
Veel mensen gebruiken het woord non-dualisme om uit te drukken dat alles met elkaar verbonden is. Maar klassiek non-dualisme gaat verder.
In de Advaita Vedanta van Adi Shankara wordt gesteld dat alleen Brahman werkelijk bestaat. De individuele persoon verschijnt slechts door identificatie met lichaam en geest. Het afzonderlijke zelf bezit geen uiteindelijke werkelijkheid.
Het doel van zelfonderzoek is niet het volmaken van het individu, maar het doorzien dat het individu nooit een zelfstandige werkelijkheid is geweest.
Ook het boeddhisme komt, via een andere weg, tot een vergelijkbare conclusie. De leer van anatta, niet-zelf, stelt dat er nergens een blijvende persoonlijke kern gevonden kan worden. Wat wij "ik" noemen, blijkt een verzameling veranderlijke processen te zijn. Het afzonderlijke zelf is geen vaste entiteit maar een constructie van het denken.
Hoewel Advaita en boeddhisme van elkaar verschillen, delen zij een opmerkelijke bevinding: het afzonderlijke individu is niet fundamenteel werkelijk.
Ik onderzoek voor mezelf altijd of de In-Zicht-en die door me heen stromen ook overeenkomen met wat de 'grote' spirituele meesters, zoals Jesus, Buddha, Jiddu Krishnamurti, Ram Dass, Ramana Maharsi, Nisargadatta,... ons hierover leren. Zo weet ik voor mezelf dat ik me niet laat vangen of afleiden door aantrekkelijke ideeën van buitenaf die ons verder van onsZelf doen bewegen dan ons juist dichterbij onsZelf brengen. Alles wat jou verder van je Zelf af brengt, is afleiding. Alles wat jou dichter bij jeZelf brengt kan je zien als Waarheid. Maar dit even terzijde.
Krishnamurti en het einde van de psychologische afscheiding
Ook Jiddu Krischnamurti wees voortdurend op de illusie van psychologische afscheiding. Hij sprak zelden over Eenheid in metafysische zin. Hij bouwde geen spiritueel systeem en introduceerde geen nieuwe leer. Toch onderzocht hij steeds opnieuw de vraag of de waarnemer werkelijk gescheiden is van het waargenomene. Volgens Krishnamurti ontstaat conflict omdat het denken voortdurend een centrum creëert: een psychologisch "ik" dat zich afscheidt van wat het waarneemt.
Wanneer boosheid verschijnt zegt het denken: "Ik ben boos." Maar wie is die "ik" die losstaat van de boosheid? Volgens Krishnamurti is die scheiding zelf een constructie van het denken. Zijn beroemde uitspraak luidde: "De waarnemer is het waargenomene." Wanneer die Waarheid Vol-ledig wordt gezien, valt de psychologische afscheiding weg. Wat overblijft is geen verbeterd individu, maar een vorm van bewustZijn waarin de gebruikelijke scheiding tussen zelf en de wereld op-lost.
Wat een cursus in wonderen zegt
Ook en spirituele werk A course in Miracles neemt uiteindelijk een radicaal standpunt in. Volgens Een cursus in Wonderen is afscheiding een fundamentele vergissing waarop de menselijke ervaring gebaseerd is. Het ego wordt beschreven als een gedachte van afzonderlijkheid: het geloof dat wij onafhankelijke individuen zijn die losstaan van God, van elkaar en van onze ware natuur. Het centrale doel van de cursus is niet zelfverbetering, maar het ongedaan maken van deze vergissing. In de visie van de cursus is Eenheid de enige werkelijkheid. Het ego, de persoonlijke identiteit en de ervaring van afzonderlijkheid worden gezien als tijdelijke projecties binnen een droom van afscheiding. Dat betekent dat de cursus uiteindelijk geen compromis sluit tussen individualiteit en Eenheid. Zij kiest duidelijk partij. Ofwel is de scheiding werkelijk. Ofwel is de Eenheid werkelijk. Beide kunnen niet tegelijkertijd absoluut waar zijn.
De moderne poging om beide te behouden
Vandaag de dag zien we vaak een verzachte vorm van non-dualisme ontstaan. Men spreekt over een uniek individu dat tegelijkertijd volledig één is met alles. Men zegt: "Ik ben een unieke expressie van de Eenheid." Of: "Mijn ego bestaat, maar ik ben ook het Absolute." Deze uitspraken klinken aantrekkelijk omdat ze twee verlangens tegelijk vervullen. Ze laten ons onze persoonlijke identiteit behouden terwijl we ons ook verbonden voelen met iets groters. Maar filosofisch ontstaat er een probleem. Als de Eenheid werkelijk Absoluut is, dan bestaat er geen afzonderlijk individu dat daarvan gescheiden kan worden. En als het individu werkelijk een zelfstandige identiteit bezit, dan is de Eenheid niet Absoluut. Hoe subtiel we de woorden ook kiezen, uiteindelijk lijken we voor een keuze te staan.
Twee perspectieven die elkaar uitsluiten
Vanuit het perspectief van individualiteit bestaat er een afzonderlijk menselijk wezen dat keuzes maakt, leert, groeit, liefheeft en verantwoordelijkheid draagt.
Vanuit het perspectief van Eenheid bestaat er geen afzonderlijke eigenaar van ervaringen. Er is slechts één ondeelbare werkelijkheid waarin alle grenzen verdwijnen.
Het individu zegt: "Ik leef mijn leven."
De Eenheid zegt: "Er is geen afzonderlijke ik die Leeft."
Beide uitspraken kunnen niet tegelijkertijd letterlijk Waar Zijn.
Misschien hoeven ze niet verzoend te worden.
Misschien ligt de verwarring niet in het feit dat individualiteit en Eenheid bestaan. Misschien ligt de verwarring in onze poging om ze samen te voegen.
De grote non-dualistische tradities, Krishnamurti en zelfs Een cursus in Wonderen, wijzen ieder op hun manier naar einde van afscheiding. Niet naar een verbeterd individu. Niet naar een spiritueler ego. Niet naar een persoonlijk zelf dat zich comfortabel voelt binnen een groter geheel. Maar naar het doorzien van de veronderstelling dat er ooit een afzonderlijk zelf heeft bestaan. Dat is een radicalere boodschap dan de moderne spiritualiteit meestal durft toe te laten. Want zodra Eenheid Vol-ledig werkelijk wordt, blijft er niemand meer over om haar te ervaren. Dan is er slechts een veld van bewustZijn waarin alle ervaringen plaatsvinden.
L.

Reacties
Een reactie posten