Zaterdagochtend. De wereld was nog niet helemaal wakker
Een zomerse zaterdagochtend, het was ergens tussen half acht en acht uur. Ik was onderweg naar het werk toen ik stil stond voor de spoorwegovergang. Enkele auto's wachtten geduldig voor mij. Hun motoren draaiden, hun aanwezigheid was onmiskenbaar, en toch hoorde ik ze niet. Alsof ze voor even waren opgenomen in iets groters.
Ik hoorde het geluid van de trein die opnieuw vertrok. Langzaam werd het geluid sterker. Het vulde de ruimte, nam mijn aandacht mee en leek voor een ogenblik alles te omvatten. Alleen de trein was er nog. Het ritmische geluid van staal op staal, de beweging, de kracht.
En toch was er tegelijkertijd iets anders Aan-Wezig.
De Stilte.
Niet als afwezigheid van geluid, maar als een Stille, dragende Aan-Wezig-heid. Terwijl de trein voorbijreed, bleef de Stilte onaangeroerd. Zij werd niet onderbroken door het geluid; zij droeg het. En toen de laatste wagon voorbij was en het geluid steeds zachter werd, loste de trein op in wat er al-tijd al was geweest.
Stilte.
Op dat moment werd me opnieuw duidelijk wat ik eerder al had geschreven: alles komt voort uit Stilte.
Wij denken vaak dat Stilte verschijnt wanneer geluid verdwijnt. Maar voor mij is het net andersom. Het geluid verschijnt even in de Stilte, om er vervolgens weer in terug te keren. Zoals golven verschijnen op de oceaan zonder ooit los te komen van het water.
De trein kwam uit de Stilte, werd gedragen door de Stilte en keerde terug naar de Stilte.
Dit brengt de volgende vraag met zich mee: Zijn wij niet hetZelfde?
Onze gedachten komen en gaan. Onze e-moties verschijnen en verdwijnen. Onze woorden worden uitgesproken en lossen weer op. Zelfs de gebeurtenissen die ons leven vormgeven, hoe belangrijk ze ook lijken, zijn als treinen die voor een ogenblik voorbijrijden.
Maar wat blijft?
De Stilte.
Die Stilte is geen leegte. Zij is levend. Zij is Aan-Wezig. Zij wacht niet op ons; zij is er al-tijd. Onder elke gedachte. Achter elk geluid. In elke ademhaling.
Die zaterdagochtend, wachtend voor de spoorwegovergang, voelde ik haar heel duidelijk. Niet als een idee, maar als een er-Varing. De Stilte was er vóór de trein. Zij was er tijdens de trein. En zij bleef toen de trein allang verdwenen was.
Dit betekent dat we niet op zoek hoeven te gaan naar Stilte. We hoeven enkel maar te ont-dekken dat we haar nooit hebben verlaten.
Telkens wanneer het leven luid wordt, wanneer gedachten als treinen door ons heen razen, mogen we ons herinneren:
Ook dit zal oplossen in de Stilte.
Want de Stilte draagt Alles.
L.

Reacties
Een reactie posten