Op de rug van een alligator
To identify oneself with the body and yet to seek happiness is like attempting to cross a river at the back of an alligator.
Ramana Maharsi
Er zijn van die uitspraken die je meteen begrijpt, en er zijn uitspraken die zich langzaam in je nestelen. Deze quote van Ramana Maharshi behoort voor mij tot die tweede categorie. Op het eerste gezicht is het een opvallend beeld: iemand die een rivier probeert over te steken op de rug van een alligator. Niet bepaald een verstandige keuze. Toch doen we volgens Maharshi precies dat, iedere keer wanneer we ons volledig identificeren met ons lichaam en tegelijkertijd op zoek gaan naar blijvend geluk.
Onze cultuur leert ons al vroeg dat we ons lichaam zijn. We zeggen: ik ben moe, ik ben mooi, ik ben oud, ik ben ziek. Natuurlijk is het lichaam een wonderlijk instrument en verdient het zorg en aandacht. Maar Maharshi nodigt ons uit om een ongemakkelijke vraag te stellen: ben ik werkelijk mijn lichaam, of ben ik degene die het lichaam waarneemt?
Het lichaam verandert voortdurend. Het kind wordt een volwassene, de volwassene wordt oud. Gezondheid komt en gaat. Energie neemt toe en neemt af. Als ons geluk volledig afhankelijk is van iets dat voortdurend verandert, dan bouwen we ons huis op drijfzand.
Dat is de alligator waar Maharshi naar verwijst.
De alligator lijkt misschien sterk en betrouwbaar. Hij draagt ons een stukje mee. Zolang we jong, gezond en succesvol zijn, lijkt er weinig aan de hand. Maar vroeg of laat draait hij zich om. Het lichaam wordt moe, laat ons in de steek of herinnert ons eraan dat het vergankelijk is. Wanneer ons gevoel van identiteit volledig met het lichaam verweven is, worden we onvermijdelijk meegesleurd in iedere verandering die het lichaam ondergaat.
Maharshi stelt daar een radicaal andere visie tegenover. Volgens hem zijn wij niet het lichaam, niet de gedachten en zelfs niet de e-moties die voortdurend opkomen en verdwijnen. Wij zijn het Stille bewustZijn waarin al deze ervaringen verSchijnen. HetZelfde bewustZijn dat Aan-Wezig was toen we vijf jaar oud waren, twintig waren tot op de dag van vandaag.
Misschien verklaart dat waarom momenten van diepe Vrede vaak ont-staan wanneer we onszelf even vergeten. Tijdens een wandeling in de natuur. In de Stilte van meditatie. Terwijl we Vol-ledig opgaan in muziek of in een gesprek. Op zulke momenten is er geen voortdurende bevestiging nodig van wie we zijn. Er is eenvoudigweg Aan-Wezig-heid.
Dat betekent niet dat het lichaam onbelangrijk is. Integendeel. We verzorgen onze auto zonder te denken dat wij de auto zijn. We onderhouden ons huis zonder te geloven dat wij uit bakstenen bestaan. Waarom zou het lichaam anders zijn? Het is een kostbaar voertuig, maar niet onze uiteindelijke identiteit.
De uitdaging van Maharshi's woorden ligt dan ook niet in het begrijpen ervan, maar in het daadwerkelijk onderzoeken ervan. Wie ben ik, als ik mijn leeftijd, mijn uiterlijk, mijn beroep en mijn geschiedenis even buiten beschouwing laat? Wat blijft er over wanneer alle labels wegvallen?
Dit is precies waar spiritualiteit begint: niet met het verzamelen van nieuwe antwoorden, maar met het stellen van een vraag die diep genoeg gaat.
Gaandeweg ont-dekken we dan dat geluk niet iets is dat we hoeven te bereiken aan de overkant van de rivier. Maar dat het altijd al Aan-Wezig Is geweest. Stil, onveranderlijk en geduldig wachtend totdat we eindelijk van de rug van de alligator afstappen.
L.

Reacties
Een reactie posten