Doorgaan naar hoofdcontent

Je hoeft niet te winnen om te mogen Zijn

 Je hoeft niet te winnen om te mogen Zijn

From childhood the brain is trained to be competitive, to be ambitious, to worship success, what gives importance to the ‘me’, the self, the ego; and so the essence of cooperation is destroyed.
Jiddu Krishnamurti

Al van jongs af aan leren we vergelijken. Wie is de snelste? Wie haalt de hoogste punten? Wie is het slimst? Wie wint de wedstrijd? Wie krijgt de meeste erkenning?

En vaak lijkt daar op zichzelf niets mis mee. Een beetje competitie kan zelfs leuk zijn. Het kan ons uitdagen, motiveren en uitnodigen om onze talenten te ontwikkelen.

Maar wat gebeurt er wanneer competitie niet langer iets is wat we doen, maar iets wordt wat we zijn? Wanneer we langzaam leren dat we pas waardevol zijn als we beter presteren dan een ander? Wanneer succes niet langer alleen een resultaat is, maar een bewijs dat ik ertoe doe?

Dan verandert er iets. Want vanaf dat moment gaat het niet meer alleen over wat ik kan of doe. Het gaat over mijn identiteit. Ik moet iemand zijn. Ik moet iets bereiken. Ik moet gezien worden. Ik moet succesvol zijn.

En zo wordt het ik steeds belangrijker.

Het subtiele ontstaan van het ‘ik’

Misschien is dat wel wat Krishnamurti zo scherp aanwijst. Een kind wordt niet geboren met de overtuiging dat het zichzelf moet bewijzen. Het leert dit. Het leert zichzelf te bekijken door de ogen van anderen. Het leert dat bepaalde prestaties worden beloond. Het leert dat sommige eigenschappen meer waardering krijgen dan andere. Het leert vergelijken.

En ongemerkt ontstaat er een innerlijk meetlatje. Ben ik goed genoeg? Doe ik het beter dan de ander? Word ik gezien? Ben ik succesvol genoeg?

Het leven wordt dan een voortdurende beweging rondom het zelf. Mijn succes. Mijn positie. Mijn erkenning. Mijn gelijk. Mijn waarde.

En zelfs wanneer we samenwerken, kan dat ik nog steeds op de achtergrond aanwezig zijn.

Dan werken we misschien samen, maar met een verborgen vraag:

“Wat levert dit míj op?”

Wanneer samenwerking geen samenwerking meer is

Echte samenwerking vraagt iets anders. Niet dat we onze individualiteit verliezen. Ook niet dat we allemaal hetzelfde worden. En ook niet dat niemand meer mag schitteren. Maar wel dat mijn eigen ik niet voortdurend op de eerste plaats hoeft te staan.

Wanneer ik Werkelijk samenwerk, hoef ik niet te winnen van jou. Jouw talent maakt het mijne niet kleiner. Jouw succes betekent niet dat ik heb verloren. Jouw Licht hoeft mijn Licht niet te doven.

Wanneer we niet langer vanuit vergelijking leven, kan er iets heel anders ont-staan.

Dan wordt de vraag niet meer: “Wie is de beste?”

Maar: “Wat kunnen wij samen laten ont-staan wat niemand van ons alleen had kunnen creëren?”

Daar begint misschien de Werkelijke Essentie van samenwerking.

Van ik naar wij

Er zit hierin ook een diepere spirituele laag.

Zolang ik mezelf uitsluitend ervaar als een afzonderlijk ik tegenover een afzonderlijke jij, ontstaat er bijna vanzelf vergelijking. Ik tegenover jou. Mijn succes tegenover jouw succes. Mijn waarheid tegenover jouw waarheid. Mijn waarde tegenover jouw waarde.

Maar wanneer we dieper gaan kijken, ont-dekken we misschien dat het leven helemaal niet zo afgescheiden is als het lijkt. We zijn verschillend in vorm, talent, karakter en levensverhaal. Maar dat betekent niet dat we Werkelijk van elkaar afgesneden zijn.

Misschien is samenwerking juist een kleine her-Inner-ing aan die Eenheid. Een her-Inner-ing dat er iets door ons heen kan ont-staan wanneer het persoonlijke ik even niet hoeft te bepalen wie de eer krijgt. Dan hoeft niemand minder te worden opdat een ander groter kan worden. Dan hoeft niemand te winnen. Dan hoeft niemand te verliezen.

Er hoeft alleen maar iets te ont-staan.

Wat leren we onze kinderen eigenlijk?

Misschien is dit ook een vraag die we onszelf mogen stellen. Wat leren we kinderen wanneer we hen voortdurend vertellen dat ze moeten uitblinken? Wanneer cijfers, prestaties en winnen steeds opnieuw bepalen hoe goed ze het doen?

Wanneer we vragen: “Heb je gewonnen?”

in plaats van: “Heb je plezier gehad?”

Of:

“Hoeveel punten had je?”

in plaats van: “Wat heb je vandaag ontdekt?”

Misschien hoeven we competitie niet volledig uit het leven te bannen. Maar mogen we kinderen daarnaast iets veel belangrijkers meegeven:

Dat hun waarde niet afhankelijk is van hun prestaties. Dat ze niet beter hoeven te zijn dan een ander om waardevol te zijn. Dat iemand anders mag schitteren zonder dat hun eigen Licht daardoor minder wordt. Dat fouten maken geen vermindering van hun waarde betekent.

En vooral: Dat het leven geen wedstrijd is die gewonnen moet worden.

Misschien hoeven we niets te worden

 Uiteindelijk is dat de diepste uitnodiging. Niet om minder ambitieus te worden. Niet om onze talenten klein te maken. Niet om succes af te wijzen. Maar om te onderzoeken van waaruit we leven.

Doe ik iets omdat ik werkelijk iets wil bijdragen? Of omdat ik wil bewijzen dat ik ertoe doe?

Werk ik samen omdat er iets moois mag ont-staan? Of omdat ik gezien wil worden als degene die het heeft mogelijk gemaakt?

Ont-wikkel ik mijn talent omdat het door mij heen wil stromen? Of omdat ik bang ben dat ik anders niet goed genoeg ben?

Het verschil zit soms niet in wat we doen. Maar in de plek van waaruit we het doen. We hoeven daarom niet minder te worden. We hoeven zelfs helemaal niets te worden.

We mogen langzaam ont-dekken dat onder al dat streven, vergelijken en bewijzen al die tijd iets Aan-Wezig was wat nooit hoefde te winnen. Iets wat niets hoefde te bewijzen. Iets wat niet groter wordt wanneer een ander kleiner wordt.

Liefde.

En daar begint echte samenwerking:

Waar het ik even niet meer hoeft te winnen en het Leven door ons heen mag winnen.

Waar het ‘ik’ niet langer hoeft te winnen, kan de Eenheid zich door ons heen bewegen.

L.

L. 



Reacties

Populaire posts van deze blog

Ook het duister bevat Licht

 Ook het duister bevat Licht De dualiteit toont zich meer en meer. Vooral op social media. En dat terwijl de dualiteit eigenlijk niet eens bestaat.  Vanuit de Bron gezien is alles 1. Er is geen dualiteit, geen goed of slecht, geen juist of onjuist, geen licht of donker.  Er is enkel Licht en de afwezigheid van Licht. Er is enkel Waarheid en de afwezigheid van Waarheid. Er is enkel Liefde of de afwezigheid van Liefde. Ook het duister bevat Licht, meer afwezigheid van Licht dan aanwezigheid van Licht maar er is Licht.  Het is perfect mogelijk om meer Licht in de duisternis te brengen door te kijken op welke manier je je ermee verbindt. Schijn met je Lichtbron daar waar te weinig Licht aanwezig is, en je zal alleen Licht zien.  Sterf vooraleer je doodgaat. Zo is je Ziel vrij, ook op aarde. Onderzoek hoe je jeZelf met wat verbindt. Waar Liefde is, kan geen angst zijn. Ook niet in de afwezigheid van Licht. Want de onvoorwaardelijke Liefdes- en Lichtbron zit in jeZelf...

Thuiskomen vóór je sterft

Thuiskomen vóór je sterft Het verbaast me steeds opnieuw... Hoeveel mensen waaronder coaches, therapeuten, rouwbegeleiders, ... ervan uitgaan dat je pas écht "Thuis" bent wanneer je het aardse, fysieke bestaan verlaat. Alsof het lichaam een obstakel is dat eerst moet verdwijnen.  Maar wat als dit helemaal niet waar is? Wat als Thuiskomen ook hier mogelijk is - terwijl je leeft, ademt, voelt, struikelt en opnieuw opstaat?  Want zodra je werkelijk Thuis komt in jeZelf, maakt het uiteindelijk niet meer uit of je nog een fysiek lichaam hebt of niet. Dan weet je gewoon: de Bron zit niet ergens buiten jou. Niet pas bereikbaar na de dood. De Bron leeft in jou. Dit In-Zicht verandert alles.  Veel mensen hopen - bewust of onbewust - dat sterven een soort ontsnapping zal zijn. Een einde aan pijn, verwarring, verdriet of innerlijke strijd. Maar een fysieke dood lost geen innerlijke afscheiding op. Wat niet geheeld werd in bewust-Zijn, verdwijnt niet zomaar omdat het lichaam verdwijn...

On-voor-waarde-lijk

Het is zó mooi te ervaren dat wanneer je Echte Onvoorwaardelijke Liefde geeft, je dat ook 'gewoon' terug krijgt, terwijl je het daar zelfs niet eens voor doet want dan zou het niet meer onvoorwaardelijk zijn. L.